ECLI:NL:RBROT:2021:11758
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- S.M. Dielemans-Goossens
- M.G.L. de Vette
- J. de Gans
- Rechtspraak.nl
Toewijzing verzoeken tot openbaarmaking onder de Wet openbaarheid van bestuur ondanks bezwaren inzake persoonlijke levenssfeer en onevenredige benadeling
Eisers hebben bezwaar gemaakt tegen de openbaarmaking van aanmeldingen voor de Regeling Vermindering Verhuurderheffing (RVV) door verweerder, omdat zij vrezen voor onevenredige benadeling en schending van de persoonlijke levenssfeer van betrokken huurders.
Verweerder had aanvankelijk de verzoeken tot openbaarmaking afgewezen, maar na bezwaar besloten de informatie gedeeltelijk openbaar te maken met enkele beperkingen. Eisers stelden dat openbaarmaking zou leiden tot onrust onder huurders, belemmering van hun werkzaamheden, prijsopdrijzing bij opdrachtnemers en nadelige gevolgen bij onteigeningen.
De rechtbank oordeelde dat het algemene belang bij openbaarheid zwaar weegt en dat verweerder zich redelijkerwijs op het standpunt kon stellen dat openbaarmaking niet leidt tot onevenredige benadeling of ernstige inbreuk op de persoonlijke levenssfeer. De rechtbank wees erop dat adresgegevens ook elders openbaar zijn en dat eisers hun communicatie met huurders kunnen sturen om onrust te beperken.
De rechtbank concludeerde dat het beroep ongegrond is en stelde een voorziening in dat openbaarmaking pas na het verstrijken van de beroepstermijn mag plaatsvinden, zodat eisers eventueel hoger beroep kunnen instellen.
Uitkomst: Het beroep van eisers tegen openbaarmaking van informatie op grond van de Wob wordt ongegrond verklaard.