ECLI:NL:RVS:2016:1246
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering openbaarmaking passages individueel ambtsbericht in asielprocedure
Appellant verzocht op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) om openbaarmaking van stukken die ten grondslag liggen aan een individueel ambtsbericht in zijn asielprocedure. De minister maakte deze stukken gedeeltelijk openbaar, met uitzondering van passages die de identiteit van betrokken personen, gebruikte methoden en informatie over derden bevatten.
Appellant stelde dat hij zich hierdoor niet goed kon verweren tegen de conclusies van het ambtsbericht en de staatssecretaris. Hij betoogde dat de rechtbank ten onrechte zijn gerechtvaardigd belang bij volledige openbaarmaking niet erkende en dat het algemene belang bij transparantie verkeerd werd geïnterpreteerd.
De Afdeling oordeelde dat het recht op openbaarmaking op grond van de Wob uitsluitend het publieke belang van een goede en democratische bestuursvoering dient en dat het individuele belang van appellant in deze belangenafweging geen rol speelt. De minister mocht de genoemde passages achterwege laten vanwege bescherming van zwaarwegende belangen.
Verder verwierp de Afdeling het argument dat de rechter in de asielprocedure geen controle kan uitoefenen op de totstandkoming en objectiviteit van het ambtsbericht. De rechtbank heeft terecht geoordeeld dat die vragen wel aan de orde kunnen komen.
Het hoger beroep van appellant werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de gedeeltelijke weigering tot openbaarmaking bevestigd.