ECLI:NL:RBROT:2021:11904
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen boete voor vervoer ongeschikte geit met breuk
Eiser kreeg een boete opgelegd wegens het vervoeren van een geit die niet in staat was zich pijnloos voort te bewegen, wat in strijd is met de Wet dieren en de Transportverordening. Het rapport van een toezichthoudend dierenarts van de NVWA toonde aan dat de geit een oude breuk had en tijdens het transport onnodig leed.
Eiser betoogde dat hij niet tijdig op de hoogte was gesteld van de overtreding en daardoor zijn verdediging werd geschaad. De rechtbank oordeelde dat ondanks het onwenselijk lange tijdsverloop tussen controle en bekendmaking van het rapport, eiser voldoende gelegenheid had om de bevindingen te betwisten, onder meer met een eigen dierenartsverklaring.
De rechtbank stelde vast dat de geit door de breuk niet geschikt was voor transport en dat eiser had moeten twijfelen aan de transportwaardigheid. De motivering van het bestreden besluit voldeed en de boete was terecht opgelegd. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de boete voor het vervoeren van een ongeschikte geit wordt ongegrond verklaard.