Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1..Procesverloop
- het verzoekschrift met bijlagen, ingekomen op 14 oktober 2021;
- het schriftelijk standpunt van de officier met bijlagen, ingekomen op 29 oktober 2021.
Rechtbank Rotterdam
Verzoekster vordert een schadevergoeding wegens overschrijding van de beslistermijn van artikel 5:16 lid 1 Wvggz Pro door de officier van justitie. De rechtbank stelt vast dat de termijn met 64 dagen is overschreden. Verzoekster heeft immateriële schade geleden door stress en onzekerheid over de uitkomst van het zorgmachtigingsverzoek.
De rechtbank overweegt dat de wetgever met artikel 10:12 lid 3 Wvggz Pro een laagdrempelige regeling heeft getroffen voor schadevergoeding bij normschendingen, waarbij niet hoge eisen aan bewijs worden gesteld. De termijnoverschrijding heeft geleid tot immateriële schade die toerekenbaar is aan de Staat.
Echter heeft de officier voldoende onderbouwd dat verzoekster mede schuld heeft aan de termijnoverschrijding door zorgmijdend gedrag, waardoor de schadevergoeding op grond van artikel 6:101 BW Pro wordt verminderd. De rechtbank past een 50%-50% verdeling toe en kent een schadevergoeding toe van €10 per dag over 64 dagen, totaal €640.
De Staat wordt veroordeeld tot betaling van dit bedrag, en de beschikking is uitvoerbaar bij voorraad. Verzoekster en de officier zijn niet verschenen bij de mondelinge behandeling, maar hun standpunten zijn schriftelijk ingebracht.
Uitkomst: De Staat wordt veroordeeld tot betaling van €640 schadevergoeding wegens termijnoverschrijding, verminderd wegens mede-eigen schuld van verzoekster.