ECLI:NL:RBROT:2021:12344
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Werkgeversberoep gegrond tegen intrekking loongerelateerde WIA-uitkering per einde wachttijd
Werkneemster viel op 4 december 2017 uit voor haar werk en kreeg op 2 december 2019 een loongerelateerde WGA-uitkering toegekend. Verweerder herroept dit besluit na bezwaar en intrekt de uitkering met terugwerkende kracht per 2 december 2019. Eiseres, de werkgever, stelt dat zij niet correct is geïnformeerd over het bezwaar en dat werkneemster niet volledig hersteld was.
De rechtbank oordeelt dat het bestreden besluit in strijd is met artikel 4:8 Awb Pro omdat eiseres niet correct is geïnformeerd. Medische en arbeidsdeskundige rapportages ondersteunen het oordeel dat werkneemster per einde wachttijd geschikt is voor haar eigen werk, maar de intrekking van de uitkering met terugwerkende kracht is onrechtmatig.
Volgens de wet en jurisprudentie kan een loongerelateerde WGA-uitkering niet met terugwerkende kracht worden ingetrokken. De rechtbank vernietigt daarom het bestreden besluit voor zover de uitkering is ingetrokken en bepaalt dat de uitkering niet eerder kan eindigen dan 2 december 2021.
Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht en de proceskosten van eiseres. De uitspraak is gedaan door rechter N. Boonstra op 15 december 2021.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit tot intrekking van de WIA-uitkering per 2 december 2019 wordt vernietigd.