ECLI:NL:RBROT:2021:12639
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toepassing schuldsaneringsregeling ondanks belastingschuld door controle financiële situatie
Verzoeker heeft een verzoek ingediend tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling wegens onvermogen tot betaling van zijn schulden. De rechtbank heeft het verzoek behandeld op de zitting van 15 december 2021 en vastgesteld dat verzoeker is gestopt met betalen en niet meer kan voortgaan met betaling van zijn schulden.
Hoewel verzoeker een aanzienlijke schuld aan de Belastingdienst heeft van € 73.501 uit 2018, welke niet te goeder trouw is ontstaan en normaal gesproken een bezwaar vormt tegen toelating, heeft de rechtbank op grond van artikel 288 lid 3 Fw Pro overwogen dat de omstandigheden die tot deze schuld hebben geleid onder controle zijn gebracht. Verzoeker wordt sinds 2019 bijgestaan door zijn ex-partner in het regelen van financiële zaken en het voldoen aan verplichtingen, en de Kredietbank Rotterdam bevestigt dat zijn financiële situatie stabiel is en het revalidatietraject goed verloopt.
De rechtbank verklaart zich bevoegd op grond van de EU-verordening omdat het centrum van voornaamste belangen van verzoeker in Nederland ligt. De schuldsaneringsregeling wordt toegewezen, met benoeming van een rechter-commissaris en toekenning van een voorschot op de vergoeding van de bewindvoerder. Tevens wordt de bewindvoerder gemachtigd tot het openen van aan verzoeker gerichte post.
Uitkomst: Het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt toegewezen ondanks de belastingvordering, omdat verzoeker zijn financiële situatie onder controle heeft.