Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1..Onderzoek op de terechtzitting
2..Tenlastelegging
3..Eis officier van justitie
- bewezenverklaring van het onder 1 en 2 ten laste gelegde;
- veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 15 maanden met aftrek van voorarrest, waarvan 5 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar.
4..Waardering van het bewijs
hij op 31 augustus 2021 te Rotterdam
opzettelijk aanwezig heeft gehad
ongeveer 605 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne en
ongeveer 788 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA en
ongeveer 913,2 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine, zijnde cocaïne en MDMA en amfetamine telkens een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
hij op 31 augustus 2021 te Rotterdam
een contant geldbedrag van ongeveer 20495 EUR voorhanden heeft gehad terwijl hij wist, dat dit voorwerp onmiddellijk of middellijk, afkomstig was uit enig misdrijf.
5..Strafbaarheid feiten
2..witwassen.
6..Strafbaarheid verdachte
7..Motivering straf
8..In beslag genomen voorwerpen
9..Toepasselijke wettelijke voorschriften
10..Bijlagen
11..Beslissing
gevangenisstraf voor de duur van twaalf (12) maanden;
drie (3) maanden niet ten uitvoer zal worden gelegd,tenzij de rechter later anders mocht gelasten;
- verklaart verbeurd als bijkomende straf voor feit 2:
hij op of omstreeks 31 augustus 2021 te Rotterdam
opzettelijk aanwezig heeft gehad
ongeveer 638 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne en/of
ongeveer 1487 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA en/of
ongeveer 1204 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine,
zijnde cocaïne en/of MDMA en/of amfetamine (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
hij op of omstreeks 31 augustus 2021 te Rotterdam
een voorwerp (een contant geldbedrag van ongeveer 20495 EUR en/of een auto van het merk/type Audi SQ2)
heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad terwijl hij wist, althans redelijkerwijs moest vermoeden dat dit voorwerp/die voorwerpen, onmiddellijk of middellijk, geheel of gedeeltelijk, afkomstig was/waren uit enig en/of enig eigen misdrijf;