2.1.2.Deze toezichthouder schrijft in het rapport (2019/152150/118628), dat betrekking heeft op stal 2 van het bedrijf van eiseres, onder meer het volgende:
“Datum en tijdstip van de bevinding: 5 juni 2019 omstreeks 14:30 uur.
Tijdens mijn inspectie bevond ik mij in de panklaarafdeling van pluimveeslachthuis [naam slachthuis] , waar op dat ogenblik kuikens geslacht werden die afkomstig waren uit stal 2 van [naam bedrijf 1] met adres [adres] en met registratie [nummer] .
Als deel van de koppelcontrole aan het begin van ieder nieuw koppel wordt het koppel gescreend voor dierenwelzijn. Daarbij zag ik dat opvallend veel kuikens in dit koppel tekenen van vangletsels vertoonden, waarop ik voor dit koppel een gestandaardiseerde letseltelling uitgevoerd heb zoals beschreven in bijlage 7 van de werkinstructie K-PL-WLZ-WV01 van de NVWA.
Bij controle van de door het slachthuis vermelde gegevens bleek dat de kuikens die op dat moment aan de slachtlijn werden geslacht, daadwerkelijk van dit koppel afkomstig waren.
In totaal heb ik van het bovengenoemde koppel, dat bestond uit 9.846 levend aangevoerde en 5 dood aangevoerde kuikens, twee tellingscontroles van telkens 2 minuten naar vangletsel uitgevoerd. Bij een bandsnelheid van 116 dieren per minuut zag ik tweemaal 232 slachtkuikens voorbij komen. Deze bandsnelheid kan afgelezen worden in het lokaal van de bandkeurders. De eerste telling om 14:33 uur leverde een resultaat van 6 duidelijk herkenbare letsels op (2,59%). Bij de tweede telling, om 15:12 uur, telde ik weer 6 duidelijke letsels (2,59%). Gedurende mijn gestandaardiseerde telling, uitgevoerd volgens de instructies beschreven in bijlage 7 van werkinstructie K-PL-WLZ-WV01 van de NVWA, heb ik vastgesteld dat gemiddeld 2,59% van de kuikens in dit koppel duidelijk vangletsel vertoonden, wat meer is dan de interventiegrens van 2% die de NVWA hanteert. Deze letsels bestonden uit ernstige tot zeer ernstige bloedingen, 3 cm en groter, van de vleugels en de borstkas. De bloedingen waren roodpaars van kleur.
Vanuit mijn professionele ervaring als dierenarts concludeer ik uit bovenstaande feiten dat bloedingen van deze aard in de laatste 12 uur voorafgaande aan het doden van de dieren zijn ontstaan door het ruw vangen van de dieren op stal en dat hier sprake is van ernstig dierenletsel ten gevolge van onaanvaardbaar verwijtbaar handelen tijdens het vangen van de kuikens.
Uit niets is gebleken dat er tijdens het transport en het onderbrengen in het slachthuis een calamiteit is geweest wat letsels van deze aard heeft kunnen doen ontstaan.
Het is mijn deskundige mening als dierenarts dat het welzijn van deze kuikens ernstig geschaad werd tijdens het vangen en het plaatsen van de dieren in de vervoerscontainers. Dit heeft volgens mij aanleiding gegeven tot erge pijn en stress bij deze kuikens tijdens het transport en in de tijd daarna tot aan het bedwelmen.
Bij het slachthuis is de naam van de vangploeg opgevraagd: [naam bedrijf 2] (KVK [KvK-nummer] ).
De houder van het pluimvee op de plaats van vertrek heeft er niet voor gezorgd dat de voorschriften met betrekking tot het behandelen van de dieren tijdens het vangen zijn nageleefd waardoor de dieren onnodige pijn en ernstig lijden is berokkend.”
Bij beide rapporten zijn onder meer foto’s van het door de toezichthouder van de NVWA geconstateerde letsel bij de kippen gevoegd.
3. Eiseres voert aan dat onvoldoende is komen vast te staan dat zij de gestelde overtreding heeft begaan, nu het door de NVWA gebruikte protocol om te bepalen of er sprake is van vang- en laadletsel niet klopt. Eiseres verwijst in dit verband naar de uitspraak van de meervoudige kamer van deze rechtbank van 22 januari 2020 (ECLI:NL:RBROT:2020:392) en naar een artikel van [naam 3] in het vakblad [naam blad] van april 2020. Door de wijze waarop de tellingen worden verricht, kunnen gemakkelijk dubbeltellingen plaatsvinden. Verder is een steekproef van twee keer 200 kuikens mogelijk niet representatief. Alleen een 100% controle kan een volledig beeld schetsen van de omstandigheden en het aantal letsels. Ook is de verlichting in veel slachterijen niet ideaal. Ook door te weinig ruimte, veel lawaai en hinder van andere personen is de toezichthouder niet in staat de vleugels goed te beoordelen. Daarnaast is van belang dat niet alle letsel bij vleeskuikens vang- en laadletsel is. Tijdens het transport en in de slachterij lopen de kuikens ook letsel op.
Het protocol dat door de NVWA wordt gebruikt bevat een grote mate van subjectiviteit, waardoor de kans op willekeur enorm groot is.
Eiseres merkt verder op dat volgens [naam 3] de NVWA sinds november 2019 lijkt te zijn gestopt met het opleggen van boetes voor vang- en laadschade. De door de toezichthouder van de NVWA verrichte telling is door de onjuistheid van het protocol niet rechtsgeldig en er staat derhalve onvoldoende vast of de overtreding daadwerkelijk is begaan. Verweerder had daarom geen boete aan eiseres mogen opleggen.