Eiseres ontving in 2017 en 2018 te veel kindgebonden budget en kinderbijslag. De Sociale Verzekeringsbank (SVB) stelde terugvorderingsbesluiten vast en voerde een betalingsregeling in. Eiseres betwistte de bevoegdheid van de SVB om namens de Belastingdienst het kindgebonden budget terug te vorderen, omdat daarvoor een wettelijke grondslag ontbreekt.
De rechtbank onderzocht de wettelijke kaders: de Algemene Kinderbijslagwet (AKW) regelt terugvordering van kinderbijslag, terwijl de Wet op het kindgebonden budget (Wkb) de Belastingdienst/Toeslagen belast met de uitvoering en terugvordering van het kindgebonden budget. Het convenant tussen SVB en Belastingdienst uit 2007 regelt samenwerking, maar bevat geen delegatie of mandaat van bevoegdheden.
De rechtbank concludeert dat de SVB niet bevoegd is het kindgebonden budget namens de Belastingdienst terug te vorderen. Het convenant is geen wettelijke grondslag voor bevoegdheidsoverdracht. Daarom vernietigt de rechtbank het bestreden besluit, verklaart het bezwaar gegrond en herroept de primaire besluiten. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.