Betrokkene, lijdend aan cocaïneafhankelijkheid, heeft samen met haar zorgverantwoordelijke een zelfbindingsverklaring en zorgplan opgesteld waarin de noodzaak van verplichte zorg is vastgelegd. De rechtbank stelt vast dat betrokkene ernstig nadeel ondervindt door haar psychische stoornis, waaronder lichamelijke verwaarlozing, agressief gedrag en maatschappelijke teloorgang.
De officier van justitie verzocht om opname van een specifieke vorm van verplichte zorg die beperkingen aan de vrijheid van betrokkene inhoudt, waaronder het nakomen van ambulante afspraken na ontslag uit de kliniek. Hoewel deze vorm niet expliciet in de zelfbindingsverklaring staat, acht de rechtbank deze wel beoogd en passend.
De rechtbank concludeert dat er geen minder bezwarende alternatieven zijn en dat de voorgestelde zorg evenredig en effectief is. De machtiging wordt verleend voor de duur van zes maanden om betrokkene de kans te geven een detox en langdurige klinische behandeling te ondergaan, met nazorg gericht op herstel en maatschappelijke re-integratie.
De beschikking is op 8 december 2021 mondeling gegeven en op 15 december schriftelijk uitgewerkt. Tegen deze beschikking staat cassatie open.