Verzoekster diende een verzoek in tot toepassing van artikel 287a Faillissementswet om twee schuldeisers te dwingen in te stemmen met een aangeboden schuldregeling, nadat 28 van de 30 schuldeisers reeds hadden ingestemd. De regeling voorziet in een betaling van circa 12% aan preferente en 6% aan concurrente schuldeisers, gebaseerd op de NVVK-norm en de afloscapaciteit van verzoekster, die recentelijk een baan met een min/max-contract heeft gevonden.
De twee schuldeisers die niet instemden, vertegenwoordigen een klein deel van de totale schuldenlast (2,3% en 1,6%). Zij verschenen niet ter zitting en gaven geen inhoudelijke reactie. De rechtbank oordeelt dat hun belang bij weigering niet opweegt tegen de belangen van verzoekster en de overige schuldeisers, mede omdat het voorstel door een onafhankelijke partij is getoetst en goed gedocumenteerd is.
Het subsidiaire verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP) wordt afgewezen vanwege de geldende tienjaarsuitsluiting, aangezien verzoekster eerder in de WSNP heeft gezeten. De rechtbank beveelt de dwangakkoordinstemming en veroordeelt de weigeraars in de proceskosten, terwijl de regeling uitvoerbaar bij voorraad wordt verklaard.