Verzoeker heeft een schuldregeling aangeboden aan negen schuldeisers, waarbij acht schuldeisers instemden, maar één schuldeiser, met een vordering van 81,7% van de totale schuld, weigerde mee te werken. Verzoeker heeft sinds 2010 geen betaald werk verricht en ontvangt een Participatiewet-uitkering. De regeling is gebaseerd op de NVVK-norm en is getoetst door de Kredietbank Rotterdam.
De schuldeiser stelde dat het dwangakkoord niet bedoeld is voor situaties waarin de grootste schuldeiser weigert en dat de regeling onvoldoende financieel transparant is. De rechtbank oordeelt dat de belangen van verzoeker en de overige schuldeisers zwaarder wegen dan die van de weigeraar, mede omdat de regeling het uiterste is wat verzoeker kan bieden en de schuldeiser het grootste deel van de schuld vertegenwoordigt.
De rechtbank wijst het verzoek toe, beveelt de schuldeiser tot instemming met de regeling en veroordeelt deze in de proceskosten. Het subsidiaire verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling wordt afgewezen. Het vonnis treedt in de plaats van vrijwillige instemming en is uitvoerbaar bij voorraad.