Verzoeker heeft een schuldregeling aangeboden aan veertien schuldeisers, waarbij preferente en concurrente schuldeisers een percentage van respectievelijk 3,45% en 1,73% van hun vordering zouden ontvangen. Twaalf schuldeisers stemden in met het akkoord, maar twee schuldeisers, samen goed voor ruim 50% van de schuldenlast, weigerden instemming.
De rechtbank heeft beoordeeld of deze weigering redelijk is, waarbij zij het belang van de weigerende schuldeisers afwoog tegen dat van verzoeker en de overige schuldeisers. Verzoeker verblijft in een zorginstelling vanwege hersenletsel en is vrijgesteld van arbeidsverplichtingen tot eind 2024. De schuldregeling is gebaseerd op zijn huidige uitkering en is getoetst door een onafhankelijke partij.
De rechtbank oordeelde dat verzoeker het uiterste heeft gedaan om het maximale bedrag aan te bieden en dat de regeling financieel transparant en goed gedocumenteerd is. De belangen van verzoeker en de meerderheid van schuldeisers wegen zwaarder dan die van de weigerende schuldeisers. Daarom wordt het dwangakkoord toegewezen en wordt de weigering van de schuldeisers opgeheven.
De rechtbank veroordeelt de weigerende schuldeisers in de proceskosten en wijst het subsidiaire verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling af. Het vonnis treedt in de plaats van vrijwillige instemming en is uitvoerbaar bij voorraad.