Uitspraak
Tussenbeslissing van de rechtbank te Rotterdam, meervoudige raadkamer,
[naam verzoeker] ,
Verzoek
Beslissing
Rechtbank Rotterdam
Tegen de vrouw is op 14 maart 2016 een internationaal arrestatiebevel uitgevaardigd wegens verdenking van een terroristisch misdrijf. Zij verblijft in het kamp Al Roj in Noord-Oost Syrië en wenst aanwezig te zijn bij haar berechting in Nederland. Ondanks medewerking van Koerdische autoriteiten is door Nederlandse instanties geen feitelijke uitlevering gerealiseerd.
Op 20 juli 2021 diende zij een verzoek in op grond van artikel 29f Wetboek van Strafvordering om de strafzaak te beëindigen vanwege de langdurige inactiviteit. De officier van justitie verzocht primair tot afwijzing en subsidiair tot aanhouding van de zaak.
De rechtbank constateert dat sinds het arrestatiebevel geen concrete stappen zijn ondernomen om uitlevering te bewerkstelligen, hoewel het Openbaar Ministerie en de minister van Justitie blijven onderzoeken wat mogelijk is. Gezien deze omstandigheden voldoet de situatie nog niet aan de maatstaf voor beëindiging van de strafzaak.
De rechtbank volgt eerdere jurisprudentie en wijst het verzoek niet af, maar houdt de behandeling van het verzoek voor onbepaalde tijd aan. Dit betekent dat het onderzoek wordt geschorst totdat er nieuwe ontwikkelingen zijn.
Uitkomst: De rechtbank houdt het verzoek tot beëindiging van de strafzaak voor onbepaalde tijd aan en schorst het onderzoek.