Eiseres kreeg een bestuurlijke boete van €3.000 opgelegd omdat zij een ziek rund liet vervoeren dat volgens de toezichthouder minimaal 24 uur voor het transport al ziek was. Het dier vertoonde ernstige symptomen van uierontsteking en was niet geschikt voor transport, wat onnodig lijden veroorzaakte.
Eiseres voerde aan dat het dier voorafgaand aan het transport gezond was, ondersteund door verklaringen van een toezichthoudend en een reguliere dierenarts en een VKI-formulier. De rechtbank oordeelde echter dat het toezichtrapport zwaarwegend was en dat de door eiseres overgelegde stukken onvoldoende twijfel opriepen over de vastgestelde ziekte en de geschatte duur ervan.
Verder stelde eiseres dat zij niet tijdig op de hoogte was gesteld om een contra-expertise uit te voeren, maar de rechtbank verwierp dit omdat er geen wettelijke verplichting bestond voor een dergelijke mogelijkheid en eiseres voldoende gelegenheid had gehad om het bewijs te betwisten.
De rechtbank concludeerde dat eiseres de relevante wet- en regelgeving had overtreden door het vervoer van het zieke dier en dat de opgelegde boete terecht was. Er waren geen gronden om de boete te matigen of af te zien van oplegging. Het beroep werd ongegrond verklaard.