Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 24 december 2021 in de zaak tussen
[naam eiser 1], [naam eiser 2], [naam eiser 3] en [naam eiser 4], uit [woonplaats eisers], samen: eisers,
Procesverloop
Overwegingen
“Kom binnen”. Verder blijkt dat op 27 februari 2020 aan de aangetroffen personen de folder “Werkwijze huisbezoek” is afgegeven. [naam], één van de toezichthouders, heeft op zitting verklaard dat tijdens het huisbezoek op 27 februari 2020 in het Nederlands met de twee aangetroffen personen in de woning is gecommuniceerd. De andere aanwezige toezichthouder was er ook ambtshalve mee bekend dat in ieder geval één van de aanwezige personen in het Nederlands kon communiceren. Ook de andere aanwezige persoon was volgens [naam] het Nederlands voldoende vaardig om te begrijpen wat er werd gezegd. De rechtbank ziet geen aanleiding om aan deze verklaring te twijfelen. Hiermee is voldoende duidelijk op welke wijze het huisbezoek heeft plaatsgevonden. De rechtbank is van oordeel dat verweerder hiermee heeft voldaan aan de in artikel 1 van Pro de Awbi neergelegde vereisten voor binnentreden, en verweerder de bevindingen uit de huisbezoeken aan het bestreden besluit ten grondslag heeft mogen leggen.