Uitspraak
Datum uitspraak: 17 april 2024
BESTUURSRECHTSPRAAK
lid van de enkelvoudige kamer
griffier
Raad van State
Het college heeft appellant A en anderen ambtshalve uitgeschreven uit de Basisregistratie Personen (brp) na een uitgebreid adresonderzoek, waarbij meerdere huisbezoeken zijn afgelegd en diverse interne en externe bronnen zijn geraadpleegd.
De rechtbank oordeelde dat het college de huisbezoeken zorgvuldig had uitgevoerd en dat de uitschrijving terecht was, omdat appellant A en anderen niet daadwerkelijk op het adres verbleven. Appellant A en anderen voerden in hoger beroep aan dat de huisbezoeken zonder hun toestemming plaatsvonden en dat het onderzoek niet zorgvuldig was, mede vanwege waterschade aan de woning en overgelegde bankafschriften.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State verwierp deze bezwaren. Zij stelde dat het college zich redelijkerwijs op het standpunt kon stellen dat appellant A en anderen niet woonden op het adres en dat het onderzoek gedegen was uitgevoerd in overeenstemming met de wettelijke vereisten en de Circulaire Adresonderzoek BRP 2018.
De Afdeling bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitschrijving uit de Basisregistratie Personen bevestigd.