Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
en
2. [gedaagde 2]
1..Het verdere verloop van de procedure
- het tussenvonnis van 3 september 2021;
- de conclusie van dupliek.
2..De vaststaande feiten
Hoofdelijkheid
Rechtbank Rotterdam
BMW Financial Services B.V. vordert betaling van een openstaand bedrag uit hoofde van een financial leaseovereenkomst voor een Mini Cooper, waarbij [gedaagde 1] als contractspartij en [gedaagde 2] als garantsteller hoofdelijk aansprakelijk worden gesteld. Er is een betalingsachterstand ontstaan en de auto is gestolen, waarbij de verzekeraar niet uitkeerde.
De rechtbank stelt vast dat [gedaagde 1] zonder ingebrekestelling in verzuim is geraakt door het niet tijdig voldoen van termijnen en dat BMW op grond van de algemene voorwaarden de overeenkomst mocht beëindigen en het volledige restant opeisen. De vordering tot betaling van de restant huurkoopsom, contractuele rente en incassokosten wordt grotendeels toegewezen, waarbij de buitengerechtelijke incassokosten worden gematigd tot €1.291,35 conform het Besluit vergoeding buitengerechtelijke incassokosten.
[gedaagde 2] betoogt vernietiging van de garantstelling wegens ontbrekende toestemming echtgenote, maar dit beroep wordt verworpen omdat alleen de niet-handelende echtgenoot deze vernietiging kan inroepen en deze nog niet is ingeroepen. De hoofdelijkheid wordt bevestigd en beide partijen worden veroordeeld tot betaling van het bedrag en de proceskosten.
Uitkomst: Hoofdelijke veroordeling tot betaling van €34.388,81 met wettelijke rente en gematigde incassokosten.