De rechtbank Rotterdam behandelde op 7 december 2021 een zaak betreffende de beëindiging van het ouderlijk gezag van de moeder over een minderjarige en de verlenging van de ondertoezichtstelling. De moeder heeft meerdere malen uitstel gevraagd om haar standpunt toe te lichten, maar is uiteindelijk niet verschenen bij de zitting. De vader werd wel gehoord.
De minderjarige woont bij de vader en staat sinds 2017 onder toezicht. De Raad voor de Kinderbescherming verzocht om beëindiging van het gezag van de moeder, omdat de moeder niet in staat is het belang van de minderjarige te dienen en het contact met de moeder spanningen veroorzaakt. De gecertificeerde instelling vroeg om verlenging van de ondertoezichtstelling en de uithuisplaatsing bij de vader.
De rechtbank oordeelde dat de moeder haar eigen belang voorop stelt en geen inzicht toont in haar aandeel in de problematiek. De minderjarige heeft behoefte aan rust en duidelijkheid, die hij bij de vader krijgt. Daarom wordt het gezag van de moeder beëindigd en het eenhoofdig gezag aan de vader toegekend. De ondertoezichtstelling wordt verlengd voor drie maanden, maar de verlenging van de uithuisplaatsing wordt afgewezen wegens gebrek aan belang.
De beschikking is mondeling gegeven en schriftelijk vastgesteld op 21 december 2021. Hoger beroep is mogelijk binnen drie maanden na uitspraak.