Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
SCHEFFERDRUKKERIJ B.V.,
Rechtbank Rotterdam
De curator van Schefferdrukkerij B.V. verzocht de rechter-commissaris om machtiging om de Belastingdienst in rechte te betrekken over een geschil omtrent de verrekening van een BTW-teruggaafvordering met een loonbelastingschuld van de fiscale eenheid van vóór het faillissement.
De rechter-commissaris wees dit verzoek af omdat de rechtsvraag nog niet uitgekristalliseerd was, het financieel belang beperkt was en een procedure de afwikkeling van het faillissement zou vertragen, wat nadelig was voor de gezamenlijke schuldeisers.
De curator ging in hoger beroep en stelde dat de rechter-commissaris een te nauwe maatstaf had gehanteerd en dat het belang van de boedel en de curator als boedelschuldeiser zwaarder moest wegen dan de voortvarende afwikkeling. Tevens werd gesteld dat de zaak goed bepleitbaar was.
De Belastingdienst voerde verweer dat verrekening rechtmatig was en dat zij bereid was tot procedure, maar twijfelde aan de geschiktheid voor sprongcassatie.
De rechtbank oordeelde dat de procedure hoogstens in het belang van de curator zelf was, dat de uitkomst onzeker was en dat de rechter-commissaris terecht het verzoek had afgewezen. De beschikking van 29 april 2021 werd bekrachtigd.
Uitkomst: De rechtbank bekrachtigt de afwijzing van het verzoek van de curator om machtiging voor procedure tegen de Belastingdienst.