Eiser was ziek uit dienst getreden bij zijn eerste werkgever en ontving een Ziektewetuitkering (ZW). Na indiensttreding bij een tweede werkgever werd hij na twee dagen opnieuw ziekgemeld. Verweerder stelde dat sprake was van een mislukte werkhervatting, waardoor de oude ZW-uitkering doorliep en het loon van de tweede werkgever als inkomen op de ZW-uitkering mocht worden gekort.
Eiser voerde aan dat zijn ZW-uitkering pas inging na de werkhervatting en dat de ziekte waarvoor hij ziekgemeld was anders was dan bij de eerste werkgever. De rechtbank volgde eiser en oordeelde dat de mislukte werkhervatting niet leidt tot het vervallen van het recht op een nieuwe ZW-uitkering en dat het loon van de tweede werkgever niet als inkomen mag worden aangemerkt.
De rechtbank baseerde zich hierbij op recente jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep, die een gewijzigde opvatting weergeeft over arbeidsongeschiktheid bij aanvang van een dienstverband en het recht op ZW-uitkering. Het bestreden besluit is vernietigd, de primaire besluiten herroepen en verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.