Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1..De verdere procedure
- het bericht met bijlagen van de vrouw van 4 augustus 2021;
- het bericht met bijlagen van de man van 23 augustus 2021.
- de man, bijgestaan door zijn advocaat;
- de vrouw, bijgestaan door haar advocaat;
- de raad voor de kinderbescherming Rotterdam-Dordrecht (hierna: de raad), vertegenwoordigd door [naam].
2..Aanvulling op de vaststaande feiten
- de kerstdagen worden gedeeld, jaarlijks alternerend, te beginnen in 2021 is de minderjarige op tweede kerstdag bij de man, met dezelfde tijden als op zondag;
- de paasdagen worden gedeeld, jaarlijks alternerend, te beginnen in 2022 is de minderjarige op tweede paasdag bij de man, met dezelfde tijden als op zondag;
- op de verjaardag van de minderjarige heeft de man altijd een contactmoment met haar;
- op Vaderdag verblijft de minderjarige bij de man;
- op Moederdag verblijft de minderjarige bij de vrouw.
- de echtscheiding tussen partijen uitgesproken;
- bepaald dat de hoofdverblijfplaats van de minderjarige bij de vrouw zal zijn;
- een voorlopige regeling van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken (hierna: zorgregeling) vastgesteld, inhoudende dat de minderjarige met ingang van september 2021 één keer per vier weken van zaterdag 10:00 uur tot zondag 18:00 uur en in de andere weekenden elke zondag van 10:00 uur tot 18:00 uur bij de man verblijft;
- een bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarige vastgesteld;
- de zaak ten aanzien van de vervangende toestemming voor verhuizing en de definitieve zorgregeling verwezen naar de meervoudige kamer.
3..De beoordeling
- de noodzaak om te verhuizen;
- een goede voorbereiding van de verhuizing;
- het aanbieden van alternatieven of compensatie voor de verminderingen van de contactmogelijkheden met de andere ouder;
- de extra kosten van het contact tussen de minderjarige en de andere ouder na een verhuizing;
- de frequentie van het contact tussen de minderjarige en de andere ouder voor en na de verhuizing;
- de verdeling van de zorgtaken en de continuïteit van de zorg;
- de leeftijd van de minderjarige, haar mening en de mate waarin de minderjarige geworteld is in haar omgeving of juist extra gewend is aan verhuizingen.
4..De beslissing
mr. M.C. Woudstra en mr. I.J. Pieters, rechters, tevens kinderrechters, en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier mr. M.M.P.H. van den Boomen op
23 september 2021.