ECLI:NL:RBROT:2021:13703
Rechtbank Rotterdam
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende betrouwbare herkenning op camerabeelden bij inbraak
Op 5 augustus 2021 sprak de politierechter van de rechtbank Rotterdam verdachte vrij van het ten laste gelegde inbraakfeit. De verdachte werd ervan verdacht samen met anderen een draadloze muis en een kistje met munten te hebben weggenomen uit een bedrijfspand te Spijkenisse. De bewijslast berustte voornamelijk op herkenningen van de verdachte op camerabeelden door politieagenten.
De politierechter oordeelde dat de kwaliteit van de camerabeelden onvoldoende was om een betrouwbare herkenning te kunnen baseren, mede omdat de agenten de verdachte niet goed kenden. Ondanks dat meerdere onafhankelijke herkenningen waren gedaan, vond de rechtbank deze onvoldoende overtuigend voor een bewezenverklaring.
De officier van justitie ging in hoger beroep tegen deze vrijspraak en vorderde een taakstraf van 150 uur, subsidiair 75 dagen hechtenis. Het gerechtshof Den Haag bevestigde echter het vonnis van de politierechter en sprak de verdachte opnieuw vrij. Het hof vond geen aanleiding om af te wijken van de eerdere beoordeling en oordeelde dat de vrijspraak gehandhaafd moest blijven.
De zaak benadrukt het belang van zorgvuldige bewijswaardering bij herkenningen op camerabeelden, vooral wanneer de herkenners de verdachte niet goed kennen en de beelden van onvoldoende kwaliteit zijn. De verdachte maakte gebruik van zijn zwijgrecht en ontkende herkenning op de beelden.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende betrouwbare herkenning op camerabeelden.