ECLI:NL:RBROT:2021:1485
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen overgang levensverzekeringsportefeuille Optas naar Aegon
De zaak betreft een besluit van De Nederlandsche Bank (DNB) om in te stemmen met de overgang van de levensverzekeringsportefeuille van Optas Pensioenen N.V. naar Aegon Levensverzekering N.V. na een juridische fusie. FNV Havens en DFDS c.s. maakten bezwaar tegen dit instemmingsbesluit, maar dienden hun bezwaarschriften na afloop van de wettelijke termijn in. DNB verklaarde deze bezwaren niet-ontvankelijk vanwege te late indiening.
FNV c.s. en DFDS c.s. voerden aan dat de termijn voor bezwaar zes weken zou moeten zijn en dat zij redelijkerwijs meer tijd nodig hadden dan de door DNB gehanteerde termijn van twee weken na kennisname van het besluit. De rechtbank oordeelde dat de wettelijke termijn van zes weken inderdaad geldt, maar dat deze termijn aanvangt bij de juiste bekendmaking van het besluit, die hier plaatsvond op 26 februari 2019. De bezwaartermijn liep daarom van 27 februari tot 9 april 2019. De bezwaarschriften werden pas in mei 2019 ingediend en zijn daarmee niet tijdig.
De rechtbank volgde de vaste rechtspraak dat, indien belanghebbenden niet op juiste wijze zijn geïnformeerd over het besluit, zij binnen twee weken na kennisname bezwaar moeten maken. FNV c.s. en DFDS c.s. waren op 12 april 2019 van het besluit op de hoogte, maar maakten niet binnen twee weken bezwaar. Hun argumenten dat zij pas later kennis namen van de inhoud en dat zij meer tijd nodig hadden, werden verworpen. De rechtbank concludeerde dat DNB de bezwaren terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van FNV Havens en DFDS c.s. wordt ongegrond verklaard wegens niet-tijdige indiening van bezwaren.