ECLI:NL:RBROT:2021:1593
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geen duurzaam gescheiden leven bij AOW-herziening en terugvordering
Eiser ontving sinds februari 2014 AOW volgens de alleenstaandennorm. Na een aanpassing in mei 2019 werd zijn AOW herzien naar de gehuwdennorm en werd een bedrag van €9.041,70 teruggevorderd over de periode februari 2017 tot en met februari 2019. Eiser voerde aan dat hij vanaf 2016 duurzaam gescheiden leefde van zijn ex-partner, maar verweerder stelde dat dit niet aannemelijk was.
Tijdens het onderzoek en een gesprek in april 2019 verklaarde eiser dat hij sinds januari 2017 in Polen in de woning van zijn ex-partner woonde, terwijl zijn ex-partner in Rotterdam verbleef. Er was regelmatig contact via telefoon en whatsapp, en hij verbleef meerdere keren per jaar enkele weken bij haar in Nederland. Ook vierden zij in 2018 samen hun 25-jarig huwelijksjubileum.
De rechtbank oordeelde dat duurzaam gescheiden leven niet aannemelijk was omdat de feitelijke omstandigheden wezen op het voortbestaan van de echtelijke samenleving, ondanks het ontbreken van samenwonen. De echtscheiding was pas in oktober 2019 uitgesproken, en de gezamenlijke viering van het huwelijk in 2018 sprak tegen duurzaam gescheiden leven. Het beroep van eiser werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de terugvordering van AOW is ongegrond verklaard omdat geen duurzaam gescheiden leven is vastgesteld.