ECLI:NL:RBROT:2021:1617
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen noodbevel sluiting woning wegens vermeende dreiging
Verzoekster woont met familie aan een woning die in mei 2020 werd beschoten, waarna de burgemeester de woning sloot via een noodbevel. In februari 2021 vaardigde de burgemeester opnieuw een noodbevel uit om de woning voor een maand te sluiten vanwege een dreiging tot geweld, gebaseerd op informatie van de politie. Verzoekster maakte bezwaar en vroeg om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter oordeelt dat verzoekster een spoedeisend belang heeft bij terugkeer in haar woning, omdat het hebben van een eigen woning een groot goed is en de sluiting aanzienlijke impact heeft. De rechter toetst terughoudend of het noodbevel gerechtvaardigd is en concludeert dat de melding van dreiging onvoldoende concrete aanknopingspunten biedt voor ernstige wanordelijkheden. Er is geen verband met eerdere schietpartij of zware criminaliteit, en er zijn geen aanwijzingen voor een naderend geweldsincident.
Ook acht de voorzieningenrechter niet aannemelijk dat minder ingrijpende maatregelen onvoldoende zijn. Daarom wordt het noodbevel geschorst tot een week na de beslissing op bezwaar. Daarnaast wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten van verzoekster.
Uitkomst: Het noodbevel tot sluiting van de woning wordt geschorst wegens onvoldoende concrete aanwijzingen voor ernstige wanordelijkheden.