ECLI:NL:RBROT:2021:1893
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Geen persoonsgebonden budget voor informele zorg bij toereikende eigen mogelijkheden ouders
Eiser, een jeugdige met een autismespectrumstoornis, ontvangt ondersteuning op grond van de Jeugdwet via een persoonsgebonden budget (pgb). Na afloop van een eerdere indicatieperiode vroeg eiser verlenging van het pgb voor informele zorg, die door de ouders wordt verleend.
Verweerder heeft het pgb voor informele zorg toegekend voor een beperkte periode als overgangsregeling, conform nieuw beleid dat geen pgb toekent aan wettelijk vertegenwoordigers die zelf de zorg verlenen. Eiser betwist dat de omvang van de toegekende zorg voldoende is en voert aan dat de overgangsperiode onvoldoende is en dat de inkomensdaling van moeder niet is meegewogen.
De rechtbank oordeelt dat verweerder de hulpvraag en ondersteuningsbehoefte adequaat heeft vastgesteld en dat de eigen mogelijkheden van de ouders toereikend zijn om de benodigde zorg te verlenen. De rechtbank wijst erop dat de Jeugdwet uitgaat van het principe dat ouders en jeugdigen zelf eerst hun mogelijkheden moeten benutten. De overgangsregeling is redelijk en voldoende gemotiveerd. Het beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het pgb voor informele zorg wordt beperkt toegekend conform het nieuwe beleid.