ECLI:NL:RBROT:2021:2001
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging verstekvonnis inzake loonvordering wegens niet-werken door coronamaatregelen
In deze zaak vordert [eiseres], voormalig werknemer van Marsan Horeca B.V., betaling van loon, vakantietoeslag en niet-genoten vakantie-uren over de periode dat zij vanwege coronamaatregelen niet kon werken. Marsan stelde dat de arbeidsovereenkomst per 10 april 2020 met wederzijds goedvinden was beëindigd en betwistte de vorderingen.
Na een verstekvonnis op 9 september 2020 waarin Marsan werd veroordeeld, stelde Marsan verzet in. Tijdens de mondelinge behandeling verscheen Marsan niet en reageerde ook niet op het proces-verbaal, ondanks oproepen en gelegenheid tot reageren. De kantonrechter oordeelde dat Marsan haar verweren onvoldoende had onderbouwd en bekrachtigde het verstekvonnis.
Marsan werd veroordeeld tot betaling van de proceskosten van de verzetprocedure. Het vonnis is uitgesproken door kantonrechter K.J. Bezuijen en is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Het verstekvonnis wordt bekrachtigd en Marsan Horeca B.V. veroordeeld tot betaling van loon en bijkomende vorderingen aan de werknemer.