Verzoekster trad op 17 augustus 2020 in dienst bij Elfi als juridisch secretaresse. Na ziekmelding op 1 oktober 2020 ontstond een conflict over re-integratie, waarbij verzoekster wilde thuiswerken op advies van de bedrijfsarts, wat Elfi weigerde. Op 20 oktober 2020 sprak Elfi ontslag op staande voet uit wegens vermeende misleiding bij sollicitatie en werkweigering.
De rechtbank oordeelt dat het ontslag niet onverwijld is gegeven en dat werkweigering niet is aangetoond, mede omdat verzoekster concrete thuiswerkvoorstellen deed die Elfi niet serieus onderzocht. Het ontslag op staande voet wordt daarom vernietigd en verzoekster heeft recht op doorbetaling van loon met wettelijke verhoging en rente.
Elfi verzoekt vervolgens om ontbinding van de arbeidsovereenkomst wegens verstoorde arbeidsrelatie, wat wordt toegewezen met ingang van 1 april 2021. Verzoekster vraagt een billijke vergoeding wegens ernstig verwijtbaar handelen van Elfi, maar dit wordt afgewezen omdat geen sprake is van grove schendingen of onrechtmatige gedragingen door Elfi.
De rechtbank veroordeelt Elfi tot betaling van de wettelijke transitievergoeding en bepaalt dat partijen ieder hun eigen proceskosten dragen. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad.