ECLI:NL:RBROT:2021:2196
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen wijziging geslachtsnaam minderjarige in belang van het kind
De moeder van een minderjarige dochter heeft bij de Minister voor Rechtsbescherming een verzoek ingediend tot wijziging van de geslachtsnaam van haar dochter van de achternaam van de vader naar die van haar moeder. De vader maakte bezwaar tegen deze wijziging. Tijdens de bezwaarprocedure bereikte het kind de leeftijd van twaalf jaar en werd zij door de overheid gehoord, waarbij zij haar instemming gaf met de naamswijziging.
De rechtbank stelt vast dat aan de wettelijke voorwaarden voor naamswijziging is voldaan, waaronder de vereiste verzorgingstermijn van drie jaar en de instemming van het kind van twaalf jaar of ouder. De rechtbank acht de verklaring van het kind en het ondertekende instemmingsformulier voldoende bewijs dat het kind daadwerkelijk instemt met de wijziging.
Verder overweegt de rechtbank dat de wijziging in het belang van het kind is, omdat het kind bij haar moeder woont en zich via de geslachtsnaam met haar moeder en het gezin kan identificeren. Het belang van de vader wordt niet geschaad, omdat identificatie met hem ook op andere manieren kan plaatsvinden en de naamswijziging geen gevolgen heeft voor familierechtelijke betrekkingen of omgang.
De rechtbank verklaart het beroep van de vader ongegrond en bevestigt daarmee het besluit tot naamswijziging in het belang van het kind.
Uitkomst: Het beroep van de vader tegen de wijziging van de geslachtsnaam van zijn minderjarige dochter wordt ongegrond verklaard.