ECLI:NL:RVS:2018:2722
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging geslachtsnaamswijziging minderjarige kinderen ondanks bezwaar vader
De minister van Veiligheid en Justitie heeft op 25 januari 2016 de aanvraag van de moeder toegewezen om de geslachtsnaam van haar minderjarige kinderen te wijzigen van de naam van de vader naar haar eigen naam. De vader, die bezwaar maakte tegen deze wijziging, werd in eerste aanleg door de rechtbank afgewezen. Hij stelde dat hij wel degelijk met de kinderen samenwoonde, maar dit kon hij niet aannemelijk maken met objectieve bewijsstukken. De Raad van State heeft in hoger beroep geoordeeld dat samenleven in gezinsverband vereist dat daadwerkelijk op hetzelfde adres wordt gewoond, hetgeen volgens de Basisregistratie Personen niet het geval was.
De Afdeling bestuursrechtspraak heeft overwogen dat het belang van het familie- en gezinsleven van de kinderen en de moeder zwaarder weegt dan het belang van de vader bij het afwijzen van de aanvraag. De vader voerde aan dat de wijziging van de geslachtsnaam schade zou toebrengen aan de identiteit van de kinderen en dat sprake is van ouderverstoting, maar deze argumenten zijn niet voldoende onderbouwd en worden niet meegewogen bij de beoordeling van de aanvraag. De minister heeft terecht betrokken dat de wijziging geen invloed heeft op de familierechtelijke betrekkingen of omgangsregelingen.
De Raad van State bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. De kinderen kunnen de naamswijziging bij meerderjarigheid ongedaan maken.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vader tegen de geslachtsnaamswijziging van de kinderen wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.