ECLI:NL:RBROT:2021:2306
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtbank oordeelt dat Minister van Buitenlandse Zaken verwerkingsverantwoordelijke is onder AVG en vernietigt besluit inzake inzageverzoek
Eiser verzocht de Minister van Buitenlandse Zaken om inzage in persoonsgegevens die door verweerder verwerkt zouden zijn. Verweerder wees het verzoek af met het argument dat hij geen verwerkingsverantwoordelijke is, omdat het onderzoek in opdracht van de Dienst Terugkeer en Vertrek (DT&V) was uitgevoerd. Eiser maakte bezwaar, dat ongegrond werd verklaard. Eiser stelde beroep in bij de rechtbank Rotterdam.
De rechtbank onderzocht of sprake was van misbruik van recht, maar concludeerde dat het inzageverzoek niet evident zonder redelijk doel was ingediend en verwees naar relevante jurisprudentie. Vervolgens oordeelde de rechtbank dat verweerder wel degelijk als verwerkingsverantwoordelijke moet worden aangemerkt, gelet op de ruime uitleg van dit begrip in de AVG en jurisprudentie van het Hof van Justitie van de EU.
Verweerder had onvoldoende onderbouwd dat hij geen zeggenschap had over de verwerking van persoonsgegevens. Omdat verweerder ten onrechte het verzoek afwees op grond van het standpunt dat hij slechts verwerker was, is het bestreden besluit in strijd met de AVG en onvoldoende gemotiveerd. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het besluit, en droeg verweerder op een nieuw besluit te nemen. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten en tot vergoeding van het griffierecht.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en verweerder opgedragen een nieuw besluit te nemen.