Eiseres, die in 2014 met haar gezin naar Marokko verhuisde en in 2019 terugkeerde naar Nederland, vroeg een huisvestingsvergunning aan voor een woning in Rotterdam. Het college van burgemeester en wethouders wees de aanvraag af omdat zij minder dan zes jaar onafgebroken ingezetene was en niet voldeed aan de inkomenseis.
Eiseres stelde dat de hardheidsclausule toegepast had moeten worden omdat zij met haar minderjarige kinderen was gevlucht vanwege mishandeling en dat haar kinderen rust en stabiliteit nodig hebben. De rechtbank oordeelde dat het college beoordelingsruimte heeft bij toepassing van de hardheidsclausule en dat niet is gebleken dat sprake is van een onbillijkheid van overwegende aard.
De rechtbank concludeerde dat het beleid om segregatie tegen te gaan en leefbaarheid te verbeteren in de aangewezen gebieden door het verlenen van de vergunning niet zou moeten worden doorkruist. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.