ECLI:NL:RVS:2013:2029
Raad van State
- Hoger beroep
- J. Hoekstra
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen afwijzing huisvestingsvergunning Rotterdam wegens inkomenseis
Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam wees op 6 december 2011 een aanvraag van een inwoner van Rotterdam om een huisvestingsvergunning af vanwege het niet voldoen aan de inkomenseis zoals bepaald in de Huisvestingsverordening. De aanvrager was niet onafgebroken zes jaar ingezetene van de stadsregio en had een bijstandsuitkering als inkomen.
De rechtbank verklaarde het beroep van de aanvrager gegrond en vernietigde het besluit van het college, waarbij het college werd opgedragen een nieuw besluit te nemen. Het college ging hiertegen in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelde dat het college terecht terughoudend was in het toepassen van de hardheidsclausules uit de Huisvestingsverordening. De omstandigheden van de aanvrager, waaronder een echtscheidingssituatie en een korte periode van onstabiele verblijfplaats, waren onvoldoende bijzonder om af te wijken van de inkomenseis. Daarom werd het hoger beroep gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en het beroep van de aanvrager ongegrond verklaard.
Het besluit van 18 maart 2013, waarin alsnog een huisvestingsvergunning werd verleend, werd vernietigd omdat het zijn grondslag had verloren. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van de aanvrager tegen de afwijzing van de huisvestingsvergunning wordt ongegrond verklaard en het besluit van 18 maart 2013 vernietigd.