Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
uitspraak van de meervoudige kamer van 25 maart 2021 in de zaak tussen
[naam vergunninghouder], te [plaatsnaam ] , vergunninghouder
Procesverloop
.Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Tevens heeft namens verweerder
Overwegingen
.Ten aanzien van de wachtrij voor de kraam waar door Strabo op wordt gewezen, heeft verweerder zich op het standpunt gesteld dat dit geen objectief gegeven is en dat dit daarom door hem in het onderzoek naar de loop- en zichtlijnen niet is meegenomen. Voor zover eisers er verder op wijzen dat uit de reactie van Strabo van oktober 2020 volgt dat de loempiakraam 21% van het zicht op de [straatnaam 1] wegneemt, stelt de rechtbank vast dat deze conclusie betrekking heeft de oude locatie van de loempiakraam. Hieruit kan dus niet de conclusie worden getrokken dat er op de nieuwe locatie sprake is van een onevenredige belemmering van de zichtlijnen. Ook het feit dat een medewerker van verweerder in een interne e-mail heeft gesteld dat het een halve slag draaien van de loempiakraam geen verbeterend effect zal hebben voor de zichtlijnen leidt niet tot een ander oordeel, temeer niet nu deze stelling door de medewerker niet nader is onderbouwd.
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;
- bepaalt dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand worden gelaten;
- bepaalt dat verweerder aan eisers het griffierecht van € 354,- vergoedt;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eisers tot een bedrag van € 1.068,-.