ECLI:NL:RVS:2020:794
Raad van State
- Hoger beroep
- C.J. Borman
- N. Verheij
- B.P.M. van Ravels
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek nadeelcompensatie wegens tijdelijke verplaatsing Haagse Markt
De zaak betreft het hoger beroep van een ondernemer op de Haagse Markt die nadeelcompensatie vorderde wegens omzetderving door tijdelijke verplaatsing van haar standplaats tijdens sloop en nieuwbouw van de markt.
De ondernemer stelde dat zij door de verplaatsing, het ontbreken van een opslagcontainer, het wegvallen van een cluster van ondernemers en het verlies van uitzicht op haar kraam omzetverlies had geleden dat boven het normale ondernemersrisico uitstijgt. Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag had het verzoek en het bezwaar ongegrond verklaard, en de rechtbank had dit bevestigd.
De Raad van State oordeelde dat de ondernemer onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zij zwaarder was getroffen dan andere marktkooplieden en dat de schade het normale maatschappelijke risico overstijgt. De verwijdering van de lunchroom, het ontbreken van de container wegens asbestvermoeden, en de gewijzigde standplaatsafmetingen konden niet worden toegerekend aan het college. De tijdelijke verplaatsing werd gezien als een normale maatschappelijke ontwikkeling.
Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het verzoek om nadeelcompensatie bevestigd.