AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Toewijzing zorgmachtiging op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg
De rechtbank Rotterdam behandelde op 5 februari 2021 een verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging op grond van artikel 6:4 vanPro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) voor een betrokkene met een psychiatrische stoornis. Uit de medische stukken en de mondelinge behandeling bleek dat betrokkene lijdt aan schizofrenie, zwakbegaafdheid en een stoornis in het middelengebruik, wat leidt tot ernstig nadeel en een aanzienlijk risico op maatschappelijke teloorgang.
Betrokkene vertoonde onder invloed van psychotische belevingen agressief en hinderlijk gedrag, wat in het verleden leidde tot opname en verlies van zijn woning. De laatste opname in oktober 2020 volgde op een decompensatie door medicatiestop en drugsgebruik. De verpleegkundig specialist benadrukte het belang van tijdige opname om escalatie te voorkomen. Betrokkene is wisselend stabiel, maar dient medicatie te blijven gebruiken en in een beschermde woonomgeving te verblijven.
De rechtbank concludeerde dat vrijwillige zorg niet mogelijk is vanwege de onwil van betrokkene om medicatie en behandeling te accepteren. Verplichte zorg is noodzakelijk om ernstig nadeel af te wenden. De rechtbank wees de gevraagde zorgmachtiging toe voor twaalf maanden, met maatregelen zoals medicatietoediening, medische controles, beperkingen in vrijheid, ambulante behandelafspraken en opname met bewegingsbeperking indien nodig.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven en de voorgestelde zorg is evenredig en effectief. De beschikking is op 5 februari 2021 mondeling gegeven en op 11 februari schriftelijk vastgelegd. Tegen deze beschikking staat cassatie open.
Uitkomst: De rechtbank kent een zorgmachtiging toe voor twaalf maanden met verplichte zorgmaatregelen.
Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
Team familie
Zaak-/rekestnummer: C/10/611900 / FA RK 21-534
Referentienummer: [nummer]
Schriftelijke uitwerking van de mondelinge beslissing van 5 februari 2021 betreffende een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 vanPro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (hierna: Wvggz)
op verzoek van:
de officier van justitie in het arrondissement Rotterdam,hierna: de officier,
met betrekking tot:
[naam betrokkene],
geboren op [geboortedatum betrokkene] te Curaçao, Nederlandse Antillen,
hierna: betrokkene,
wonende en verblijvende aan de [adres betrokkene],
advocaat mr. D.H. van Tongerlo te Rotterdam.
1..Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit het verzoekschrift van de officier, ingekomen op 21 januari 2021.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
- de medische verklaring opgesteld door [naam 1], psychiater, van
14 januari 2021;
de zorgkaart van 4 december 2020;
het zorgplan van 4 december 2020;
de bevindingen van de geneesheer-directeur over het zorgplan;
de gegevens over eerder afgegeven machtigingen op grond van de Wet Bopz en de Wvggz;
de relevante politiegegevens en de strafvorderlijke- en justitiële gegevens van betrokkene.
1.2.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op
5 februari 2021 in het gebouw van de rechtbank te Rotterdam.
Bij die gelegenheid zijn verschenen:
betrokkene met zijn hiervoor genoemde advocaat;
[naam 2], verpleegkundig specialist, verbonden aan Antes;
mr. J.F.C. Janssen, officier.
1.3.
Het verzoek tot een aansluitende zorgmachtiging is tegelijk behandeld met het verzoek tot schadevergoeding, bekend onder zaak- en rekestnummer: C/10/612001 / FA RK 21-577. In deze zaak wordt afzonderlijk uitspraak gedaan.
2..Beoordeling
2.1.
De rechtbank stelt vast dat de termijn van artikel 5:16 lid 1 WvggzPro is overschreden, maar verbindt daaraan geen consequenties die betrekking hebben op onderhavig verzoek. De rechtbank verwijst voor het overige naar de beschikking betreffende het verzoek tot schadevergoeding, bekend onder zaak- en rekestnummer: C/10/612001 / FA RK 21-577.
2.2.
Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling blijkt dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, te weten schizofrenie, zwakbegaafdheid en een stoornis in het gebruik van middelen (cannabis en cocaïne).
2.3.
Het gedrag van betrokkene leidt als gevolg van zijn psychische stoornis tot ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op maatschappelijke teloorgang, de situatie dat betrokkene met hinderlijk gedrag agressie van anderen oproept en de situatie dat de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar is. Betrokkene heeft een uitgebreide psychiatrische voorgeschiedenis. Onder invloed van psychotische belevingen is betrokkene verbaal agressief en achterdochtig geweest en heeft hij mensen aangeklampt, tegen muren gepraat, overmatig schoongemaakt en overlast veroorzaakt. Dit laatste heeft er in het verleden toe geleid dat betrokkene zijn woning is kwijtgeraakt. Betrokkene is meermaals opgenomen geweest. De laatste opname dateert van oktober 2020. Betrokkene is destijds gedecompenseerd door te stoppen met de medicatie-inname in combinatie met drugsgebruik. De verpleegkundig specialist verklaart dat het toestandsbeeld al in augustus 2020 begon te verslechteren. Betrokkene heeft veel geschreeuwd en geroepen. Doordat opname in de vorige zorgmachtiging niet is toegewezen als vorm van verplichte zorg, is gewacht op een noodsituatie. Hiervan was sprake toen betrokkene op straat agressie vertoonde. De politie is ter plaatse gekomen en betrokkene is naar de accommodatie gebracht terwijl voorbijgangers toekeken. Dit is een ingrijpende gebeurtenis geweest voor betrokkene, wat de verpleegkundig specialist wil voorkomen door betrokkene eerder te kunnen opnemen. Tijdens de opname is betrokkene ingesteld op medicatie. Na drie weken is betrokkene met ontslag gegaan en is hij teruggekeerd naar de BW. Sindsdien is het toestandsbeeld van betrokkene wisselend, maar wel zodanig beter dan voorheen, dat de behandelaren en betrokkene tevreden zijn. Het wordt noodzakelijk geacht dat betrokkene de medicatie blijft innemen. Voorlopig zal betrokkene in de huidige BW blijven wonen, terwijl wordt uitgekeken naar een rustiger BW met bewoners van betrokkenes leeftijd.
2.4.
Om ernstig nadeel af te wenden, heeft betrokkene zorg nodig.
2.5.
Gebleken is dat er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn, omdat betrokkene onvoldoende bereid is om behandeling of zorg op vrijwillige basis te accepteren. In het verleden is betrokkene meermaals gestopt met het innemen van medicatie, omdat hij daar zijn twijfels over heeft. Daarnaast is betrokkene bekend met drugsgebruik. Verwacht wordt dat betrokkene zich zonder zorgmachtiging opnieuw aan de noodzakelijke zorg zal onttrekken en drugs zal gebruiken, waarmee het risico op een decompensatie en ernstig nadeel bestaat.
Om die reden is verplichte zorg nodig. De in het verzoekschrift opgenomen vormen van verplichte zorg zijn gebaseerd op de medische verklaring, het zorgplan en de bevindingen van de geneesheer-directeur. Deze vormen van verplichte zorg zijn door de rechtbank tijdens de mondelinge behandeling besproken. Namens betrokkene maakt de advocaat bezwaar tegen opname, depotmedicatie (injecties) en medische controles, omdat betrokkene dat niet wil. De verpleegkundig specialist benadrukt het belang van de mogelijkheid van opname, gezien de ingrijpende omstandigheden die gepaard gingen met de vorige opname. Daarnaast verklaart de verpleegkundig specialist dat betrokkene orale medicatie krijgt en dat dit zo kan blijven, maar dat toezicht op de inname wel noodzakelijk is. De officier geeft aan dat er sprake is van discrepantie tussen datgene wat betrokkene wil en wat nodig is. De officier blijft bij het verzoek. Gelet op het voorgaande acht de rechtbank de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk om het ernstig nadeel af te wenden:
het toedienen van medicatie, alsmede het verrichten van medische controles ter behandeling van de psychische stoornis;
het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten. Dit ziet op het nakomen van ambulante behandelafspraken en het onderhouden van contact met het ambulant behandelteam;
- het opnemen in een accommodatie, indien ambulante behandeling onvoldoende toereikend is om ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden, en tijdens de opname ook:
- het beperken van de bewegingsvrijheid.
2.6.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De voorgestelde verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.
2.7.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal worden verleend voor de verzochte duur van twaalf maanden met ingang van vandaag.
3..Beslissing
De rechtbank:
3.1.
verleent een zorgmachtiging ten aanzien van [naam betrokkene] voornoemd;
3.2.
bepaalt dat bij wijze van verplichte zorg de maatregelen zoals opgenomen in rechtsoverweging 2.5. kunnen worden getroffen;
3.3.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 5 februari 2022.
Deze beschikking is op 5 februari 2021 mondeling gegeven door mr. M.C. Woudstra, rechter, in tegenwoordigheid van mr. J.C.A. van 't Zelfde, griffier, en op 11 februari 2021 schriftelijk uitgewerkt en getekend.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.