ECLI:NL:RBROT:2021:2909
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde winkelpand aan de Lijnbaan in Rotterdam voor 2018 en 2019
Eiseres betwistte de door de gemeente Rotterdam vastgestelde WOZ-waarden van haar winkelpand aan de Lijnbaan voor de belastingjaren 2018 en 2019, stellende dat de waardes te hoog zijn vastgesteld. De gemeente baseerde haar waardering op de vergelijkingsmethode, ondersteund door de ITZA-methode, terwijl eiseres de HWK-methode met een huurwaarde van €300.000,- en een kapitalisatiefactor van 13,9 voorstond.
De rechtbank oordeelde dat verweerder zijn bewijslast had voldaan door gebruik te maken van vier verkoopcijfers van vergelijkbare winkelpanden aan de Lijnbaan, ondanks dat enkele verkoopdata ver van de waardepeildata lagen. De stelling van eiseres dat de huurwaarde marktconform is, werd verworpen vanwege het ontbreken van een huurovereenkomst en onderbouwing van de kapitalisatiefactor.
De rechtbank stelde vast dat correcties op verkoopprijzen van verhuurde panden noodzakelijk zijn, maar dat het ontbreken daarvan niet automatisch leidt tot een te hoge waardering. De verschillen in waarde per m² tussen de vergelijkingsobjecten en de onroerende zaak waren onvoldoende om de vastgestelde WOZ-waarden te verlagen.
Daarom verklaarde de rechtbank de beroepen ongegrond en bevestigde de WOZ-waarden voor beide jaren. Partijen werd gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij het gerechtshof Den Haag.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de WOZ-waarden voor 2018 en 2019.