Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.[persoon A] ,
1..Het verloop van de procedure
- het exploot van dagvaarding van 20 mei 2020, met producties;
- de conclusie van antwoord in conventie tevens eis in reconventie, met producties;
- de conclusie van repliek in conventie tevens antwoord in reconventie, met één productie;
- de conclusie van dupliek in conventie tevens repliek in reconventie tevens vermeerdering van eis in conventie, met producties;
- de conclusie van dupliek in reconventie, met één productie;
- de akte uitlaten productie.
2..De vaststaande feiten in conventie en reconventie
3..Het geschil
4..De beoordeling
uiterlijk 10 dagen voor de zittingin het bezit te zijn van de kantonrechter en de wederpartij. Van [naam horecagelegenheid] wordt in dat kader in elk geval verlangd dat zij zodanige stukken in het geding brengt dat een omzetvergelijking kan worden gemaakt tussen de periode van 15 oktober 2019 tot en met 15 maart 2020 en de periode van 15 oktober 2020 tot en met 15 maart 2021. Daarnaast dient zij stukken in het geding te brengen ter onderbouwing van het omzetverlies over de daarop aansluitende periode vanaf 16 maart 2021 tot zo mogelijk 10 dagen voordat de mondelinge behandeling zal plaatsvinden dan wel tot het moment dat de verplichte horecasluiting wordt opgeheven, voor zover daarvan sprake is vóór de datum van de mondelinge behandeling.
5..De beslissing
woensdag 21 april 2021 te 14.30 uurvoor opgave verhinderdata voor de periode van juni 2021 tot en met augustus 2021;