ECLI:NL:RBROT:2021:3243
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor huurdoorbetaling tijdens detentie wegens huuropzegging
Eiser huurde een woning en zat sinds december 2019 in detentie. Hij vroeg bijzondere bijstand aan voor huurdoorbetaling tijdens zijn detentieperiode. De huur van de woning was echter al opgezegd in april 2019 en beëindigd in mei 2019.
Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam wees de aanvraag af omdat eiser niet langer huurder was en het beleid bijzondere bijstand alleen verleent aan huurders die hun woning aanhouden tijdens detentie. Eiser voerde aan dat hij de huur moest opzeggen vanwege een interne fout bij de aanvraagbehandeling en dat het onredelijk was hem dit tegen te werpen.
De rechtbank oordeelde dat eiser niet aannemelijk had gemaakt waarom hij de huur had opgezegd en dat het beleid terecht en consistent was toegepast. Ook verwees de rechtbank naar het wettelijke uitgangspunt dat gedetineerden geen recht op bijstand hebben, en dat het beleid slechts buitenwettig begunstigend is. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van bijzondere bijstand voor huurdoorbetaling tijdens detentie is ongegrond verklaard omdat de huur was opgezegd.