ECLI:NL:CRVB:2016:4251
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Beoordeling terugwerkende kracht bijzondere bijstand griffierechten WWB
Appellant vroeg bijzondere bijstand aan voor griffierechten van negen nota’s, waarvan vier nota’s ouder waren dan twaalf maanden. Het college kende bijzondere bijstand toe voor vijf nota’s en wees de rest af wegens overschrijding van de termijn. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond omdat de kosten van griffierechten worden geacht te zijn opgekomen bij de indiening van het beroepschrift, niet bij de datum van de nota.
In hoger beroep betoogde appellant dat de kosten pas zijn opgekomen bij betaling van de nota’s, maar de Raad oordeelde dat het tijdstip van het opkomen van de kosten samenvalt met de indiening van het beroepschrift. De Raad bevestigde dat bijzondere bijstand met terugwerkende kracht alleen wordt verleend bij bijzondere omstandigheden, die in dit geval niet waren gesteld of gebleken.
Verder oordeelde de Raad dat het college een buitenwettelijk begunstigend beleid hanteert dat terugwerkende kracht tot twaalf maanden mogelijk maakt, en dat dit beleid consistent is toegepast. De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De aanvraag voor bijzondere bijstand voor griffierechten ouder dan twaalf maanden wordt afgewezen wegens het ontbreken van bijzondere omstandigheden en correcte toepassing van het beleid.