Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1..Het verloop van de procedure
2..De vaststaande feiten
3..De beslissing
3..Het geschil
4..De beoordeling
5..De beslissing
:
Rechtbank Rotterdam
De zaak betreft een geschil tussen Stichting Woonbron en een huurder over een huurachterstand en de ontbinding van de huurovereenkomst. Na een verstekvonnis op 4 augustus 2020, waartegen de huurder in verzet kwam, heeft de kantonrechter de vorderingen van Woonbron grotendeels toegewezen.
De huurder had een huurachterstand van € 3.330,51 tot en met januari 2021 en betaalde de huur niet tijdig, ondanks aanmaningen waaronder een veertiendagenbrief. Woonbron vorderde ontbinding van de huurovereenkomst, ontruiming van de woning binnen veertien dagen na betekening van het vonnis, betaling van de achterstallige huur met wettelijke rente, en betaling van buitengerechtelijke incassokosten.
De kantonrechter oordeelde dat de huurachterstand van ruim zes maanden voldoende ernstig was om ontbinding te rechtvaardigen, ook al had de huurder financiële problemen door afwijzingen van uitkeringsaanvragen en een lopende schuldenregeling. De vorderingen tot ontbinding, ontruiming, betaling van achterstallige huur, gebruiksvergoeding tot ontruiming en proceskosten werden toegewezen. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat naleving ook bij hoger beroep verplicht is.
Uitkomst: De huurovereenkomst wordt ontbonden en de huurder veroordeeld tot ontruiming en betaling van achterstallige huur met rente en kosten.