ECLI:NL:RBROT:2021:3683
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek eigen aangifte faillissement wegens misbruik van bevoegdheid om lijfsdwang te ontkomen
De aangever heeft meerdere verzoeken tot eigen aangifte faillissement ingediend met als doel ontsnapping aan een onherroepelijke ontnemingsmaatregel (lijfsdwang). De rechtbank heeft vastgesteld dat de aangever sinds mei 2020 in detentie verblijft en dat het faillissement wordt ingezet om de lijfsdwang te beëindigen, niet om een eerlijke verdeling van baten onder schuldeisers.
De Staat heeft betoogd dat de aangever zijn bevoegdheid misbruikt en dat er geen sprake is van betalingsonmacht, maar van betalingsonwil. De aangever kon niet aannemelijk maken dat hij over te executeren vermogen beschikt en gaf geen sluitende verklaring over verdachte geldstromen en transacties die tijdens eerdere faillissementen plaatsvonden.
De rechtbank heeft de eerdere uitspraken van het hof bevestigd waarin het verzoek tot faillietverklaring werd afgewezen vanwege het ontbreken van baten en het misbruik van recht. Ook de verzoeken tot opheffing van lijfsdwang zijn afgewezen omdat geen nieuwe feiten zijn aangevoerd die betalingsonmacht aannemelijk maken.
Gezien deze omstandigheden concludeert de rechtbank dat het verzoek tot faillietverklaring misbruik van bevoegdheid inhoudt en wijst het verzoek af. Tegen deze beschikking staat hoger beroep open.
Uitkomst: Het verzoek tot eigen aangifte faillissement wordt afgewezen wegens misbruik van bevoegdheid om aan lijfsdwang te ontkomen.