ECLI:NL:GHDHA:2021:1377
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing van het verzoek tot eigen faillissement wegens kennelijk misbruik van bevoegdheid
Appellant heeft meerdere verzoeken ingediend om op eigen aangifte in staat van faillissement te worden verklaard, nadat hij veroordeeld was tot betaling van een ontnemingsmaatregel en in detentie verbleef wegens niet-nakoming hiervan.
De rechtbank Rotterdam wees het verzoek van appellant af omdat sprake was van misbruik van bevoegdheid: appellant gebruikte het faillissementsverzoek niet voor het beoogde doel van schuldsanering, maar om aan lijfsdwang te ontkomen. Het hof bevestigt dit oordeel na bestudering van de feiten, waaronder eerdere afwijzingen en verzoeken tot opheffing van lijfsdwang.
Hoewel appellant stelt dat hij over te liquideren vermogen beschikt en een curator dit zou moeten beheren, acht het hof dit onvoldoende aannemelijk en wijst het op alternatieven zoals betalingsregelingen die door de Staat werden aangeboden. Het hof concludeert dat appellant zijn bevoegdheid misbruikt en bekrachtigt de afwijzing van het faillissementsverzoek.
De beslissing is genomen tijdens een openbare zitting op 25 mei 2021 door het hof Den Haag, waarbij de rechters G.C. de Heer, P. Volker en A.J. Swelheim betrokken waren.
Uitkomst: Het verzoek tot eigen faillissement wordt afgewezen wegens kennelijk misbruik van bevoegdheid.