Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1..Het verloop van de procedure
- het exploot van dagvaarding van 9 juni 2020, met producties;
- de conclusie van antwoord, met producties;
- het tussenvonnis van de kantonrechter van 7 september 2020, waarin een mondelinge behandeling is bepaald;
- de akte houdende wijziging/vermeerdering van eis van [eiseres];
- de aanvullende producties van [eiseres].
2..De vaststaande feiten
3..De vordering
- te bepalen dat de huurovereenkomst tussen partijen – zoals vermeld onder 2.1 – op 1 november 2020 zal zijn geëindigd op grond van dringend eigen gebruik in de zin van artikel 7:274 lid 1 onderdeel Pro c BW, dan wel het tijdstip vast te stellen waarop die huurovereenkomst tussen partijen naar het oordeel van de kantonrechter zal eindigen;
- tevens met veroordeling van [gedaagde] om op die vastgestelde datum en na betekening van dit vonnis het gehuurde met al het hare en de haren en al diegenen die met en/of zonder toestemming van [eiseres] in de onroerende zaak verblijven volledig en behoorlijk te ontruimen en te verlaten onder afgifte van de sleutels en al hetgeen tot de onroerende zaak behoort ter vrije en algehele beschikking van [eiseres] te stellen, zo nodig met behulp van de sterke arm;
- dit alles met veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten.