De rechtbank Rotterdam behandelde een verzoek van de veroordeelde tot kwijtschelding dan wel matiging van een betalingsverplichting opgelegd bij een ontnemingsvonnis van 21 november 2013. De verzoeker stelde dat hij volledig arbeidsongeschikt is, een Wajong-uitkering ontvangt en onvoldoende draagkracht heeft om het bedrag van 64.147,50 euro te betalen. Hij verzocht om kwijtschelding of vermindering van de betalingsverplichting.
De officier van justitie betoogde dat de draagkracht onvoldoende was aangetoond en dat het ontnemingsbedrag niet gewijzigd kon worden omdat het onherroepelijk was vastgesteld. De rechtbank oordeelde dat hoewel de financiële situatie van de verzoeker moeilijk is, hij wel in staat is de afgesproken betalingsregeling na te komen. Daarom werd het verzoek tot kwijtschelding afgewezen.
Ten aanzien van de matiging overwoog de rechtbank dat het gerechtshof in een gerelateerde zaak bij de medeverdachte een lagere berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel had vastgesteld op basis van vermogensvergelijking. De verzoeker had op zitting verklaard een bedrag van circa 5.000 tot 6.000 euro te hebben verdiend. De rechtbank matigde de betalingsverplichting daarom tot 4.700 euro. Het verzoek tot verdere vermindering werd afgewezen. De rechtbank wees het verzoek tot kwijtschelding af, maar matigde de betalingsverplichting tot 4.700 euro.