Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
zaaknummer: ROT 20/583
Rechtbank Rotterdam
Eiser is door de korpschef gemeld aan het CBR vanwege een alcoholgehalte van 650 µg/l bij een aanhouding op 1 juli 2019, wat leidde tot de oplegging van een EMA. Eiser betaalde de kosten van de cursus niet tijdig, waarna het CBR het rijbewijs ongeldig verklaarde per 28 oktober 2019. Eiser maakte bezwaar tegen deze ongeldigverklaring, maar niet tegen de oplegging van de EMA zelf.
De rechtbank overweegt dat het besluit tot oplegging van de EMA rechtens onaantastbaar is geworden omdat eiser geen bezwaar daartegen heeft gemaakt. De vrijspraak in de strafzaak wegens rijden onder invloed doet hieraan niet af, aangezien bestuursrechtelijke beslissingen zelfstandig beoordeeld worden en niet automatisch worden opgeheven door strafrechtelijke uitspraken.
Eiser voerde ook een beroep op de menselijke maat en rechtszekerheid, maar de rechtbank oordeelt dat deze gronden onvoldoende zijn om af te wijken van de dwingendrechtelijke bepalingen die leiden tot ongeldigverklaring bij niet-medewerking aan de EMA. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de ongeldigverklaring van het rijbewijs wegens niet volgen van de EMA wordt ongegrond verklaard.