Eiser verzocht handhaving tegen de bouw van garageboxen die volgens hem afweken van de verleende bouwvergunning van 21 februari 2013. Verweerder wees het verzoek af op basis van gewijzigde bouwtekeningen van 15 juli 2013, die niet als besluit zijn gepubliceerd en niet aan eiser kenbaar waren.
De rechtbank stelde vast dat de gewijzigde tekeningen onderdeel waren van een vaststellingsovereenkomst tussen vergunninghoudster en omwonenden, waarbij eiser geen partij was. Omdat de brief van 16 juli 2013 waarin deze wijzigingen werden bevestigd niet volgens de wettelijke publicatievereisten was bekendgemaakt, was deze niet rechtsgeldig en niet in werking getreden.
Hierdoor moest het handhavingsverzoek worden beoordeeld aan de hand van de oorspronkelijke bouwvergunning van 21 februari 2013. Het bestreden besluit was gebaseerd op de gewijzigde tekeningen en berustte daarmee op een onjuiste feitelijke grondslag. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het besluit en droeg verweerder op binnen drie maanden een nieuwe beslissing te nemen.
Daarnaast werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en de proceskosten van eiser. De rechtbank zag geen aanleiding het geschil finaal te beslechten vanwege de noodzaak van een nieuwe beoordeling.