Eiser heeft een verklaring omtrent gedrag (VOG) aangevraagd in verband met een chauffeurskaart BCT. Verweerder heeft de aanvraag afgewezen vanwege strafbare feiten die binnen de terugkijktermijn van vijf jaar in het Justitieel Documentatie Systeem zijn geregistreerd, waaronder rijden onder invloed, heling en bezit van drugs.
Eiser betoogt dat de aard en ernst van de delicten niet relevant zijn voor de functie van taxichauffeur en dat verweerder een denkbeeldig risico heeft geconstrueerd. Tevens wijst hij op zijn jeugdige leeftijd ten tijde van de feiten en de belemmering die de weigering oplevert voor zijn toekomst.
De rechtbank stelt vast dat de delicten relevant zijn voor het doel van de aanvraag en dat het objectieve criterium van de beleidsregels VOG-NP-RP 2018 is vervuld. Het subjectieve criterium leidt niet tot een andere uitkomst omdat eiser niet minderjarig was bij het plegen van de delicten en het risico voor de samenleving zwaarder weegt dan zijn belang bij afgifte van de VOG.
De rechtbank concludeert dat verweerder de belangen van eiser voldoende heeft gemotiveerd en afgewogen. Het beroep wordt ongegrond verklaard en een proceskostenveroordeling wordt niet toegewezen.