ECLI:NL:RBROT:2021:4362
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag Verklaring omtrent het Gedrag wegens justitiële antecedenten
Eiseres verzocht op 15 april 2019 om een Verklaring omtrent het Gedrag (VOG) voor de functie van verzorgende IG. Verweerder wees de aanvraag af vanwege justitiële gegevens binnen de verlengde terugkijktermijn, waaronder een onherroepelijke veroordeling voor een drugsdelict en meerdere veroordelingen voor vermogensdelicten.
De rechtbank toetste het besluit van verweerder terughoudend en oordeelde dat het objectieve criterium was vervuld: de strafbare feiten, indien herhaald, vormen een belemmering voor de behoorlijke uitoefening van de functie vanwege het risico voor de samenleving. Dit risico betreft onder meer oneigenlijk gebruik van geneesmiddelen en misbruik van afhankelijkheid van zorgontvangers.
Het subjectieve criterium, waarbij het belang van eiseres tegen het belang van de samenleving wordt afgewogen, leidde niet tot afgifte van de VOG. Ondanks positieve ontwikkelingen en deelname aan een reclasseringsprogramma vond de rechtbank dat het risico voor de samenleving zwaarder woog, mede vanwege de duur van de proeftijd en de ernst van de antecedenten.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de VOG wordt ongegrond verklaard vanwege het risico voor de samenleving door justitiële antecedenten.